Stel schapen dat we zijn!

Het is zo’n dankbaar onderwerp op de kleuterschool: welk dier zou je willen zijn? Nou, ik wist het altijd wel. Een leeuw, een adelaar, een krokodil; de hele ark van Noach kwam voorbij. Maar ik wou nooit een schaap zijn.

En toen werd ik –min of meer– volwassen. Voorbij waren de schoolreisjes naar de dierentuin. Voorbij het gooien van takjes en steentjes naar de beren en dan boos aangekeken worden door de meesters en juffen. Over en uit met “apekooi!” in de gymzaal. Maar één ding uit die hele beestenbende is me toch bijgebleven. Ik wil nog steeds geen schaap zijn.

Van alle dieren die God had kunnen bedenken koos Hij voor ons het beeld van een schaap. Dat voelt niet echt als een compliment, laten we eerlijk wezen. Zo’n beest staat in de wei te kauwen totdat de kudde om hem heen in beweging komt. En dan loopt ‘ie ook maar mee. Nou, lekker beeld dan. En wie Jezus nog nooit heeft ontmoet zal er hoogstwaarschijnlijk precies zo over denken. Ik denk dat veel mensen ook op die manier naar de kerk kijken. Stel schapen dat we zijn!

Check voor de gein in de bijbel eens Johannes 10. Als je net zoals ik soms de moeite niet neemt om goed te lezen, dan kun je blijven hangen in het idee dat christenen ‘domme’ kuddedieren zijn. Maar dat is niet wat er staat! Wat staat er dan wel?

Jezus is de goede herder. Wat een wereldberoemde zin. Maar wat dat precies betekent voor christenen is voor hele volksstammen een raadsel. Wat mij zo te binnen schiet als ik Johannes 10 lees:

  1. Jezus is de herder, een goede staat erbij vermeld. Dé goede herder zelfs. Met andere woorden: er is er maar één van. Amen to that!
  2. De schapen luisteren naar zijn stem. Ze houden hun oren dus wel open. Ga maar eens aan de rand van een weiland naar een kudde schapen staan kijken. Er wordt tevreden op plukken gras gemalen, af en toe hoor je wat gemekker. Maar je ziet ook een massa oren die alle kanten opdraaien.
  3. De schapen hebben een eigen naam. Ze luisteren dus ook helemaal niet als iemand ze “schaap” noemt. Ze luisteren wel naar hun naam. En dan ook alleen als de herder ze roept en ze naar buiten leidt.
  4. Ze lopen niet achter elkaar aan, maar achter de herder. Dat doen ze omdat ze zijn stem kennen. Iemand anders volgen ze niet, dan lopen ze juist weg. Als er één schaap over de dam komt, volgen er meer. Helemaal waar. Maar alleen als de herder vóór het eerste schaap uitgaat.
  5. Dit is misschien wel de belangrijkste: de schapen worden niet opgejaagd door de herder. De herder gaat voor ze uit en de schapen volgen vrijwillig. Daar zit geen drang bij. Grappig om op te merken dat de goede herder helemaal geen herdershond nodig heeft. We horen de stem van de herder zo ook wel, daar is helemaal geen geblaf voor nodig.

Zo langzamerhand worden me toch wat dingen duidelijk. Schapen zijn volgzaam, maar ze komen niet achter jan rap en zijn maat aan. De kudde is ook niet een besluiteloos clubje solisten. Er zit een dijk van een managementplan achter: de goede herder is manager, coach, beschermer en inspirator. De herder is een leider volgens het principe ‘lead by example’. In de wereld kennen we vooral het principe ‘lead by fear’. Een belangrijk verschil.

Nou ik er goed over nadenk… als dit soort schapengedrag in het functieprofiel van een christen past, dan wil ik best een kuddedier zijn. En voor wie mij persoonlijk kent: wie weet hoe zo’n bos krullen me staat!

1 reactie op “Stel schapen dat we zijn!

  1. Mooi stuk ! En die eigenschappen van een schaap spreken mij ook wel aan! Het zijn lieve dieren! Wie wil er nou niet in een kudde zijn vol met liefde!!??
    Christel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s